Sven Cooremans

Enkele gedichten

OVER DE AANDACHT

 

 

of beter nog, over de waaiende

oneindigheid van koolzaadvelden

 

naar de bomen die in een blauwe stilte

schuin tegen de avond staan

 

maar het blijft een moeilijke oefening:

 

van een warme stem vernemen

dat de muziek is verloren gegaan

 

en alsnog in de bomen een vogel vermoeden

 

of op zijn minst, in het laatste licht

 

 

(uit Zonder is het licht niet zacht genoeg, Uitgeverij p, 2017) 

 

 

 

SISYPHUS

 

 

de wolkenmassa jagend noemen

 

en uitwaaierend denken aan blauwzwarte mestkevers

die zich als mensen en zeehonden op de sterren verlaten

 

hoe de mestbol rolt, in een rechte lijn, hoe het verschil

 

tussen de vrijheid van de wil van mijn winkelwagentje

en die van de sterren om te schijnen berust in de aard

 

van de beperkingen, de wieltjes koppig noemen

 

 

(prijsduif Turing Gedichtenwedstrijd 2013-2014)

 

 

 

HET IS DAT OF STOPPEN MET ZINGEN

 

 

de voorbije jaren is het lawaai

in de straat het lawaai van de voorbije jaren

 

de voorbije jaren zijn de vogels

van de voorbije jaren steeds luider

 

om gehoord te worden

 

niet dat ze zijn toegenomen

de vogels, het zijn de jaren

die zijn toegenomen

 

om gehoord te worden

 

ik lig in bed en naast je slaap

lees op het ritme van je schouderbladen

je trage ademhalen

 

ik lepel mijn warmte tegen de jouwe aan: deze aanraking

 

en het lawaai van eeuwen toekomst

een steeds luider vergeten

 

van deze aanraking

 

 

(uit Het is dat of stoppen met zingen, Uitgeverij P, 2013)

 

 

 

OP EEN MOOIEN DAG

 

 

op een mooien dag

en de groote rust en de haast hoorbare

            door niets verstoord

dan door de sprinkhanen

 

een huis is wit en met groene blinden

omgeven door een tuin

            aan de uiterste takken nog wat rijpe kersen: langzaam

is de deur opengegaan

 

en daar komen ze weer

twee jongens en één meisje

            hun oogen naar beneden geslagen

alsof ze met hun beenen

 

en ze kijken geweldig

 

 

(uit Erlangen 7, Uitgeverij P, 2005)

 

 

 

OLFACTORISCHE TRANSDUCTIE

 

 

in de vorm van de geur van warme regen

 

landt vroeger in het ciliair tapijt

van je neusslijmvlies

 

waar is de tijd? roep ik uit

 

schouders en herinneringen

worden opgehaald

 

 

(uit Myeline, Uitgeverij P, 2003)

 

 

 

Copyright © 2014. All Rights Reserved.